Viva-Cura

VivaCura

Search in VivaCura

Zoologie

Er is een nieuwe struikkikker (Philautus ochlandrae) ontdekt in het Kakkayam Reserve Forest in Kerale, India.

De kleine struikkikker (Philautus ochlandrae) woont in bamboe holten.

Deze nieuwe soort struikkikker uit de Westelijke Ghats voegt haar naam toe aan de groeiende lijst van kikkers onlangs ontdekt. De nieuw ontdekte oosterse struikkikker, heeft de naam Philautus ochlandrae meegekregen en is ontdekt in de koele en altijd groene wouden van het Kakkayam Reserve Forest in Kerale, India.

Deze amfibie bereikt een lengte van 2,5 cm, heeft een kort afgeronde snuit en uitstekende ogen met een opvallende goudgele markering. Het totaal aantal ontdekte kikkersoorten van de afgelopen zeven jaar in India staat nu op 25. De eerste publicatie van deze soort is te vinden in het internationale tijdschrift Zootaxa van oktober 2007.

De kikker leeft in de holten van bamboeriet in de bossen van de Westelijke Ghats, waar overvloedige regen is en de temperaturen laag zijn, zei KV Gururaja, werkzaam voor het Centrum voor Ecologische Wetenschappen (CES) en Indian Institute of Science (IISc). Hij is een van de vijf auteurs van het verslag.
De co-auteurs zijn TV Ramachandra, Professor, CES, IISc; KP en Dinesh, Muhamed Jafer Palot en C. Radhakrishnan, van de Westelijke Ghats Field Research Station, Zoological Survey of India.

Deze struikkikker behoort tot een groep die in een ongewoon verschijnsel genaamd "directe ontwikkeling" plaatsvindt. “ De kikkervisjes vloeien rechtstreeks voort uit de eieren die zijn opgenomen in de binnenste muren van de bamboe," zei Dr Gururaja. Met deze aanpassing, hebben de kikkers geen water nodig om zich voort te planten.

Bron: Divya Gandhi, "Nieuwe kikker soorten gevonden in Kerala," The Hindu, India, zondag 20 januari, 2008

Nieuw soort pootloze hagedis ontdekt in India !


Zie hier afbeeldingen

Een nieuw soort pootloze hagedis is onlangs ontdekt in Zuid-Oost India. Dutta en een team van onderzoekers vonden in een afgelegen stuk land van de streek Orissa aan de Oostkust van India in de Raurkela regio, wat ongeveer zo'n 1000 km ten Zuidoosten van New Delhi is gelegen.

De volgende reportage afkomstig van livescience geeft een beeld van de bijzondere vondst van Dutta en zijn mede researchers.Het dier is een totaal onbekende soort en word nergens anders gevonden, het dier is bescheiden van formaat en meet slechts 18 cm in lengte. De vondst wordt als Zoologisch zeer belangrijk te boek neergezet.


NEW DELHI: An Indian zoologist said Monday he has found a new species of limbless lizard in a forested area in the country's east. Preliminary scientific study reveals that the lizard belongs to the genus Sepsophis, said Sushil Kumar Dutta, who led a team of researchers from Vasundhra, a non-governmental organization, and the North Orissa University.

The newly found
7-inch long hagedis looks like a scaly, small snake, Dutta said. It prefers to live in a cool retreat, soft soil and below stones.

The lizard is new to science and is an important discovery. It is not found anywhere else in the world, Dutta told The Associated Press. He is the head of the zoology department of the North Orissa University in the eastern Indian town of Baripada.

While modern snakes and lizards are derived from a common evolutionary ancestor, they belong today to two entirely separate groups of animals, or orders. Snakes, over millenia, gradually lost their limbs and developed their characteristic forms of locomotion. But modern limbless lizards are not snakes, Dutta said.

The lizard was found 10 days ago during a field study in the forested region of Khandadhar near Raurkela in Orissa state, about 625 miles southeast of New Delhi, he said.

The new species will be scientifically described at a later stage after accumulation of more data, Dutta said.

The other limbless lizards belonging to different families have been found in India's Nicobar island, in the northeast, and in Orissa and Andhra Pradesh states, he said.

The closest relatives of the new species are found in Sri Lanka and South Africa, Dutta said.

However, the species found ten days ago is new to the world, Dutta said.

Another species of the same genus, Sepsohis punctatus, was found in 1870 from the Golconda hills in Andhra Pradesh, said Varadi Giri, a scientist at the Bombay Natural History Society, who was not part of the team that found the lizard. Giri said Dutta is a reputed zoologist and his claim appears legitimate. But for an independent confirmation, one has to wait for the publication of the finding in a reputed science magazine.


limblessnes

limblessness has evolved several times in lizards in at least six different clades. It makes sense when you think about it. If your belly is already on the ground and you're small and you're trying to move through grass or sand, or squeeze through small holes, legs could be as much hindrance as help. The serpentine mode of locomotion needn't even slow you down much, as anyone who has tried to catch a racer or whipsnake can attest. Snakes -a special case- are descended from a common lizardesque ancestor shared with lizards. The snake branch evidently adopted a fossorial life, and in the process lost their ears and nearly lost their eyes. When the ancestor of modern snakes resurfaced to resume a terrestrial life, the eyes had to be partially rebuilt. Hence snakes have no eyelids and, internally, the muscles of the iris had to be recruited for focusing as the muscles for the lens were lost.

Darren Naish discusses slow worms in his blog here and here.

A interesting study of the Australian genus of limbed, almost unlimbed, and completely unlimbed skink genus Lerista in which evolution of limblessness is happening before our very eyes is here.

The Amphisbaenids, are a group of homely burrowing lizards that resemble earthworms and are all completely limbless except for the Mexican genus Bipes.

The Eurasian scheltopusik (with the descriptive genus name Apodus) has strange bony dermal armor.

Taxonomie; Indeling bij de Reptielen aan de Hand van Slaapvensters.

Een zeer ingenieuze maar ook geschikte wijze om de verschillende reptielen stammen en families in te delen is het indelen in klassen aan de hand van de bouw en morfologie van de schedel. Deze is in de loop van honderden duizenden jaren zo verschillend geworden en erg betrouwbaar voor de juiste designatie en benoeming van reptielen stam of orde.

Reptielen hebben in hun schedel achter de oogkassen zogenaamde slaapvensters. Deze openingen in de schedel geven ruimte aan de zwellende kaakspieren en zorgen voor een lichtere, maar sterke constructie van de schedel. Slaapvensters spelen een belangrijke rol in het onderscheiden van de hoofdgroepen van de verschillende reptielen. De verschillende groepen hebben namelijk verschillende aantallen slaapvensters en verschillende posities van deze openingen.

Het meest primitieve type vinden we in de Anapsida (an = zon; apsis = (juk)boog). De schedels van deze reptielen hebben geen jukboog dus ook geen slaapvenster. Dit type schedel komt voor bij de oudst bekende reptielen, de Cotylosauria. Schildpadden hebben ook een anapsiede schedel, maar mogelijk is deze schedel ontstaan doordat een voorouder in de loop van de evolutie zijn slaapvensters verloor.

Synapsida

De Synapsida ontstonden al in het Carboon (360-290 miljoen jaar geleden) uit de Anapsida. Deze reptielen hebben een laaggelegen slaapvenster. Tijdens het Perm en een groot deel van het Trias waren de Synapsida de dominante landvertebraten.

Het is de groep waarin zich de zoogdierachtige reptielen ontwikkelen van waaruit aan het eind van het Trias de eerste zoogdieren ontstaan. Eén van de bekendste Synapsida is Dimetrodon. Dit roofdier droeg op zijn rug een groot zeil, en wordt daarom ook wel de Kamhagedis genoemd. Dat zeil, dat we ook bij andere Synapsida terugvinden, diende waarschijnlijk als een grote radiator, waarmee de koudbloedige dieren zich snel konden opwarmen. Een andere bekende Synapside is Mesosaurus. Dit zoetwaterreptiel wordt zowel in Zuid-Amerika als in Afrika gevonden, en wordt wel als paleontologisch bewijs voor continental drift gebruikt.

Diapsida

Aan het eind van het Trias verdwijnen vrijwel alle Synapsida. Hun rol wordt overgenomen door de Diapsida (di = twee; apsis = (juk)boog). De schedel van de Diapsida wordt gekenmerkt door twee slaapvensters. Tot deze groep behoren de dinosauriërs en ook de vliegende reptielen, de pterosauriërs.

De dinosauriërs bestonden uit twee groepen van de Diapsida: de Hagedisheupdinosauriërs (Saurischia) en de Vogelheupdinosauriërs (Ornithischia). Weliswaar hadden deze twee groepen een gemeenschappelijke voorouder, maar ze maakten verder een volledig gescheiden ontwikkeling door. Het belangrijkste onderscheid tussen de twee typen dinosauriërs ligt in de bouw van het bekken. De Synapsida waren de eerste vertebraten die het luchtruim veroverden. De belangrijkste vliegers in het Mesozoïcum waren de pterosauriërs. De eerste vogels ontstonden in het Jura uit de dinosauriërs. De meeste recente reptielen hebben de diapsiede schedel. Alleen de schildpadden worden niet tot de Diapsida gerekend.

Zeereptielen

Twee andere schedeltypen vinden we bij de zeereptielen van het Mesozoïcum. De vishagedissen of ichthyosauriërs hadden een parapsiede schedel. Het slaapvenster lag erg hoog. Dit type schedel lijkt sterk op het euryapsiede type, waarbij het slaapvenster door dezelfde botten wordt begrensd als in de parapsiede schedel. Bij de euryapsiede schedel ligt het slaapvenster echter recht achter de oogkas.

Tot de Euryapsida behoren de plesiosauriërs en ook de nothosauriërs, waarvan fossielen in de omgeving van Winsterwijk zijn gevonden. Ichthyosauriërs en plesiosauriërs leefden vooral tijdens het Trias en de Jura. In het Krijt veroverden de Diapsida de zee. De grootste zeereptielen uit die periode zijn de maashagedissen (mosasauriërs), waarvan fossielen gevonden worden in de St. Pietersberg bij Maastricht. Deze reptielen zijn verwant aan de recente varanen. Van de varanen zijn nog vele geheimen niet bekend en er wordt momenteel gespeculeerd over de juiste indeling in de orde reptielen en of ze wel bij de Hagedissen horen en niet ontwikkeld zijn in eigen Stamorde. Varanen hebben bijvoorbeeld veel gemeen met reuzenslangen, en kunnen niet hun staart regenereren.

Indeling bij de reptielen