Viva-Cura

Deel V: Hanteren

 

Mag ik een reptiel hanteren?

Hiervoor ga ik even terug naar hoofdstuk 1, daarin lees je al snel dat reptielen geen gezelschap of knuffeldieren zijn. Reptielen zijn in de eerste plaats kijkdieren en daarbij moet hanteren beperkt worden tot het noodzakelijke. In eerste instantie houden reptielen er niet van vastgenomen te worden. Ook al wordt er vaak anders gesuggereerd.
Het antwoord op de vraag, mag ik een reptiel hanteren, is ja het mag. Maar nogmaals enkel als dit noodzakelijk is. Het is dus niet de bedoeling om je reptielen bij je te houden om naar de televisie te kijken of mee te gaan wandelen. Telkens je jouw reptiel uit het vivarium haalt breng je het dier in potentieel gevaar.
Ook kunnen dieren hier zwaar van gaan stressen. Omdat stress kan geuit worden op verschillende manieren, ziet niet elke hobbyist dit. Sommige dieren uiten stress in het blijven stilzitten, de onervaren hobbyist bekijkt dit als excuus om te zeggen dat de dieren graag gehanteerd worden. Stress van te vaak hanteren kan ook leiden tot voedselweigering en grotere vatbaarheid voor ziektes.
Bij sommige reptielen zoals gekko’s is hanteren slecht voor hun huid. Veelvuldig hanteren leidt dan snel tot littekenweefsel.

 

Wanneer hanteer ik een reptiel?

De vraag wanneer kan of moet ik een reptiel hanteren heeft meerdere antwoorden. Hieronder enkele voorbeelden wanneer het nodig of mogelijk is.
- Vertrouwen winnen:
Hanteren van een reptiel kan hand in hand gaan met het vertrouwen winnen. Dieren die uit zichzelf bij jou komen, hebben ook geen angst van jou. Vaak wordt dit al van jongs af aan aangeleerd.
De makkelijkste manier om het vertrouwen te winnen is via voedsel. Je kan beginnen met een pincet, dan uit de hand en dan voedsel steeds verder op je arm leggen, met wat geluk kun je zo jouw reptiel aanleren om op je arm te springen. Ga de zaken niet forceren en toon geduld. Ga in geen geval de dieren proberen te vangen op deze manier, zo breek je het vertrouwen. Probeer ook met je hand of arm zoveel mogelijk in de huisvesting te blijven, indien de dieren dan alsnog willen vluchten, kunnen ze sneller naar een vertrouwde omgeving.
Deze manier is vooral van toepassing voor middelgrote hagedissen en uit de hand eten voor landschildpadden, voor slangen en krokodilachtige is deze manier niet van toepassing, tenzij je verwondingen wil oplopen.
Doe dit zeker niet dagelijks. Eenmaal in de twee weken enkele minuten is meer dan voldoende. Uit persoonlijke ervaring kan ik zeggen dat deze methode veel interessanter en leuker is dan het gewoon vastnemen. De kleine vertrouwensband die je creëert, maakt het daarbij uiterst speciaal.
- Voeren:
Sommige reptielen, meestal slangen, worden vaak gevoederd in een curver of doos en niet in het vivarium. Hiervoor is het dus nodig het reptiel te hanteren.
Belangrijk hierbij is dat je niet mag ruiken naar prooidieren. Een hand die net een muis heeft gehanteerd bijvoorbeeld, kan er voor een slechtziende slangensoort net als een muis uitzien. Was dus je handen vooraleer te hanteren.
- Inspectie/ziekte:
Het kan ook nodig zijn een reptiel eens te inspecteren op zijn algemene gezondheid. Dit kan dan weer hand in hand gaan met bezoeken brengen aan de dierenarts. Een dier met een bepaalde aandoening laat zich ofwel heel gemakkelijk vangen (ernstig ziek) of maakt het je heel moeilijk (nog niet levensgevaarlijk ziek).
- Verkoop/aankoop:
Een dier die verkocht of aangekocht wordt of klaargemaakt om mee te nemen naar een beurs, moet in meeste gevallen gehanteerd worden. Probeer de dieren echter zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving te houden. Dit is een zwaar stresserende onderneming voor de dieren. Maak het hen dus zo comfortabel mogelijk en beperk je aantal verplaatsingen.

 

Hoe hanteer ik een reptiel?

Hoe een reptiel gehanteerd wordt, hangt vaak af van het reptiel in kwestie. Houdt er rekening mee dat vele soorten nagels hebben en hiermee best wat schade kunnen aanrichten. Het is dus aangewezen om een trui of iets dergelijks te dragen om de schade te beperken. Sommige mensen hebben van nagelwonden ook een irriterende uitslag, hoewel deze niet gevaarlijk is, kan men toch best deze wonden goed uitwassen.
Laat reptielen niet over je gehele lichaam kruipen. Het is niet omdat anderen dit doen, dat het ook is aangewezen. Het kan zowel voor het dier als voor jezelf schadelijk zijn. Bijvoorbeeld een baardagame die op je schouder zit en er ineens afspringt kan een gebroken poot of erger hebben. Of een tijgerpython die rond je nek hangt en ineens wel heel strak begint op te spannen.
- Hagedissen:
Kleine soorten worden best niet gehanteerd. Vele soorten hebben het mechanisme om hun staart af te werpen bij gevaar (autotomie). En veelal wordt het hanteren aanzien als een gevaar. Indien het echt nodig is, probeer de dieren op de hand te leggen en vast te houden door je duim op hun nek te plaatsen.
Middelgrote soorten zijn het makkelijkst om te hanteren. Door hun lichaam op de pols en arm te laten rusten en de kop tussen de vingers te houden worden vele soorten rustig. Dit gedrag is geen excuus om de dieren meer en langer te hanteren. Het blijven liggen heeft meer te maken met jouw lichaamswarmte en het besef niet te kunnen ontsnappen dan met het graag gehanteerd worden.
Grote soorten hanteert men best niet, indien deze dieren proberen te ontsnappen, kunnen ze heel wat schade aanrichten. Indien het echt nodig is kunnen ze best met beide handen/armen ondersteund worden. Sommige grotere boomwonende soorten worden ook rustig als je ze via een dikke trui op de borstkas laat klimmen.
- Slangen:
Slangen hanteert men best steeds met beide handen en probeert zoveel mogelijk van het dier te ondersteunen met bijvoorbeeld de armen.
Slangen die geen agressie vertonen kunnen met losse handen vastgenomen worden, zodat de slang denkt dat ze kan voortkruipen.
Agressieve slangen kan men best hanteren met één hand achter de kop om beten te vermijden. Als de slang agressie vertoont voor het hanteren kan er bijvoorbeeld met een handdoek of slangenhaak eerst de kop worden afgeschermd.
Grote slangensoorten worden best niet alleen gehanteerd. Zorg dat er minstens altijd iemand bij is moest het foutlopen. Laat de slangen vooral niet rond lichaamsdelen draaien, houdt ze bij voorkeur geheel gestrekt.
Gifslangen worden best niet gehanteerd. Indien het toch echt nodig is, kan men het dier op dezelfde manier behandelen als agressieve soorten.
- Krokodilachtigen:
Jonge dieren kan men hanteren zoals hagedissen. Let hierbij echter wel op dat je de kop in bedwang kan houden.
Grotere en volwassen soorten hanteert men het best niet. Indien het echt nodig is, kan het dier zijn bek eerst toe gebonden worden vooraleer te verplaatsen.
- Schildpadden:
Landschildpadden kunnen het best gehanteerd worden via hun schild. Je kan ze dan langs de zijkanten of achterkant vastnemen.
Waterschildpadden kunnen op diezelfde manier worden vastgenomen. Let er wel op dat ze je niet kunnen bijten. Een beet van een waterschildpad heeft catastrofale gevolgen. Soms wordt daarom ook aan de staart gehanteerd.

Houdt er dus steeds rekening mee dat je werkt met half wilde tot wilde dieren. Respect is hierin een grote troef die je kunt uitspelen. Wie respect geeft, krijgt dit vaak terug.

 

Zie ook het vervolg: "Deel VI: Combineren"