Viva-Cura

Deel IV: Kweek

 

Ik wil gaan kweken met mijn reptielen.

Bezint eer u begint.
Kweken met reptielen wordt steeds populairder binnen de hobbyisten. Zowel de meer ervaren als de beginners willen zich direct gaan focussen op de kweek. De redenen waarom dit gebeurd liggen vaak uiteenlopend en zijn niet altijd met de beste bedoelingen.
Men kweekt niet in grote mate met honden, katten, vissen, etc. als gewone hobbyist of dierenliefhebber. Waarom dan wel met reptielen?
Reptielen doen kweken is in vele gevallen helemaal niet moeilijk. Integendeel, sommige reptielen zijn zo gemakkelijk te kweken dat er tot op heden een overaanbod is. Vraag jezelf dus eerst af of het verantwoord is te kweken met jouw reptielen.

 

Het nut en redenen van kweken.

Vraag jezelf even af welk nut het heeft te kweken met reptielen. Of welk onnut.
- Bewijs van gezonde reptielen:
Mensen komen vaak met excuus, ‘als mijn reptielen kweken zijn ze in optimale gezondheid’. De waarheid is vaak teleurstellend, want vele reptielen kweken ook als ze niet in goede gezondheid zijn. In hun oerinstinct laten ze zich leiden door het overleven van het ras en niet het overleven van het dier. Dit maakt dat het excuus, bewijs van gezondheid, allang achterhaald is en dus geen reden is om je reptielen te laten kweken.
- Kweken voor de gezondheid van jouw reptielen:
Hoewel de link niet direct gelegd wordt, kan de algemene gezondheid van jou reptiel in gevaar komen door niet te kweken.
Bij vrouwtjes kunnen er allerhande problemen optreden zoals, legnood door onbevruchte eieren, calciumopslag, etc.
Bij mannen zijn problemen vaak niet direct zichtbaar. Mannetjes kunnen vooral erg gestresseerd raken door niet te kunnen paren.
Let op dat een teveel aan paren en kweken evengoed voor gezondheidsproblemen kan zorgen.
Deze problemen zijn dus makkelijk te vermijden door je reptielen in zekere mate te laten paren en kweken. Hierbij komt wel de factor of je eventuele eieren ook effectief moet uitbroeden. Als geen van de andere redenen voor jou van toepassing zijn, kan je gewoon beslissen de eieren niet uit te broeden.
- Instandhouding van de populatie in gevangenschap:
Het kweken voor de instandhouding van jou soort reptielen kan nuttig zijn, maar is het niet altijd. Als je reptielen gaat kweken die populair zijn en waar veel aanbod van is, moet je jezelf maar even de vraag stellen of het wel nuttig is en of je jouw nakweek wel kwijtraakt.
Aan de andere kant kan je ook bepaalde populaties in stand houden. Niet alleen per soort, maar ook vaak per lokaliteit binnen een soort. Er zijn veel reptielsoorten in het wild die over een groot gebied zijn uitgestrekt. Hierdoor komt men soms lokaliteitverschillen tegen die binnen de hobby vaak graag gezien worden. Houdt hierbij wel rekening dat de zuiverheid van groot belang is.
- Inperking van wildvang import:
Kweken van reptielen kan belangrijk zijn om de in natuur levende reptielen in stand te houden. Dit gebeurt niet door het uitzetten van in gevangenschap gekweekte dieren. In meeste gevallen is herintreding zelfs geen optie, daar bloedlijnen en genetische eigenschappen erg belangrijk zijn voor wilde dieren.
Onrechtstreeks kan er wel voor minder wildvang gezorgd worden. Door het in stand houden van gezonde nakweek en aanbod op de markt worden wildvangdieren minder interessant.
Jammer genoeg, in vele gevallen, is het importeren van wildvang goedkoper voor handelaars dan het aankopen van nakweek.
- Geld:
Eén van de grootste factoren bij het kweken van reptielen. Echter moet ik hierin al snel teleurstellen. In de meeste gevallen geeft het kweken geen winst, maar juist verlies. Hobbyisten gaan vaak enkel uit van de verkoopprijs, daartegenover staan echter de kosten van onderhoud, uitbroeden, voeding en elektriciteit. De kosten lopen vaak veel hoger op dan gedacht wordt. Hoe langer de nakweek in het bezit blijft, hoe hoger de kosten oplopen.
Enkel in gevallen van heel dure reptielen kan er winst worden gemaakt. Denk er dan wel bij dat deze reptielen duur zijn voor een reden.
Dieren die met regelmaat aangeboden worden en waar veel vraag naar is, kan ervoor zorgen dat je de kosten van je hobby kan terugvorderen.
- Deel van de hobby en eer:
Hier gaat het echt om een reden. Kweken kan een deel zijn van de hobby voor hobbyisten, ga er dan echter wel verantwoordelijk mee om. Wat nu juist verantwoordelijk is, is nogal wat discussie rond. Daar kom ik later nog op terug.
- Vraag en aanbod:
De markt speelt een belangrijke factor bij het kweken. Als er vraag is, moet er ook een aanbod komen. En tegengesteld, als er geen vraag is, moet je voor geen aanbod zorgen.


Deze factoren in acht houdende, is het voor jou of voor jouw reptielen nog altijd nodig om te kweken?

 

Hoe zorg ik ervoor dat mijn reptielen kweken?

Wil je met reptielen kweken, zal je ervoor moeten zorgen dat ze tot paren overgaan. Vaak zal je bepaalde soorten moeten stimuleren hiervoor.
Hieronder enkele nuttige aanwijzingen.


- Man & vrouw:
Heb je één van deze twee niet tot beschikking, dan mag je het kweken wel vergeten. Dit wil niet zeggen dat je ze beiden in bezit moet hebben. Heb je bijvoorbeeld enkel een man of een vrouw, maar je wilt geen ander reptiel aanschaffen, dan zijn er altijd nog andere opties. Zo kan je werken met uitwisseling. Een kennis of mede hobbyist kan je het andere geslacht uitlenen als vriendendienst of voor een vergoeding. Een vergoeding kan bestaan uit een geldsom of bijvoorbeeld een percentage van de eieren of jongen, dit wordt onderling beslist.
- Een paarbereid koppel:
Een man en een vrouw is één ding. Dit wil nog niet zeggen dat ze bereidt zijn met elkaar te paren. Dit is vaak afhankelijk van de soort. Zo zijn er meerdere soorten bekend die in gevangenschap kweekkoppels vormen en vaak niet bereid zijn om met een andere man of vrouw te paren. De meesten zijn echter niet zo en zullen met andere soortgenoten van het andere geslacht paren. Zo zijn als het ware verkrachtingen vrij voorkomend binnen de reptielen klasse.
- Paringsritueel:
Vele reptielensoorten hebben een paringsritueel. Dit kan gaan van een niet opvallend achtervolgen tot het tonen van kleurenpracht, krachtmetingen en bewegingstaal.
In het algemeen kan er gezegd worden dat de man altijd het initiatief neemt. Zijn doel is om zijn genen zoveel mogelijk door te geven aan volgende generaties.
Je kunt zeggen dat er twee vormen zijn van rituelen. Het duel en het paringsritueel.
Het duel is een confrontatie tussen twee of meerdere mannen voor een vrouw of territorium.
Er zijn soorten die elkaar niet beschadigen doordat ze de tegenstander gaan imponeren of krachtmetingen gaan uitvoeren. Anderen zullen elk middel mogelijk nemen om te winnen, verwonden en zelfs doden.
Het tweede ritueel is het paringsritueel. Hierin probeert de man alles om het paarbereide vrouwtje te imponeren. Vaak gaat het hier om een uiting van kracht, volharding en kleuren. Een vrouw die overtuigt is van sterke genen bij een man, zal zich onderwerpen. Eentje die niet overtuigt is zal of de man verjagen of zelf rennen. Een optie die een vrouw in gevangenschap meestal niet heeft, met een verkrachting als gevolg.
- Winterslaap/zomerslaap:
Men spreekt over een winterslaap bij dieren die koude seizoenen overleven door inactief door deze periode heen te gaan.
Een zomerslaap is het tegenovergestelde. Hierbij zorgen hoge zomertemperaturen en droogte voor een inactieve periode.
Sommige reptielen moeten voor een paring of kweekbereidheid in een winterslaap of zomerslaap gaan. Zo hebben bepaalde soorten dit nodig voor goed zaad of voor de eiaanmaak te stimuleren.
Doe geen reptielsoorten in winterslaap of zomerslaap die dit in het wild ook niet doen.
- Winterrust/zomerrust:
Idem winterslaap/zomerslaap.
Deze duurt vaak minder lang en de dieren gaan niet in een lange slaap. Ze gaan eerder minder actief door een periode waarin ze veel stilliggen en amper tot niet eten.
Ook hier geldt, doe geen reptielsoorten in winterrust of zomerrust indien ze dit in het wild ook niet doen.
- Vasten:
Sommige reptielen worden gestimuleerd om tot paren over te gaan door voor enige tijd niet of amper te eten. In het wild gebeurt dit door noodzaak. Bijvoorbeeld als er een schaarste is aan voedsel door lange droogte.
Eens er terug voedsel in aanbieding is, kunnen bepaalde reptielen overgaan tot paring. Dit gaat vaak samen met regenseizoenen.
- Regenseizoen:
Hoewel hier meer aan amfibieën wordt gedacht, kan dit ook voor bepaalde reptielen tellen. Door nabootsing van regen en verschillen in temperaturen kunnen reptielen overgaan tot paren. Gaat vaak gepaard met voedselovervloed.

Eén en vaak meerdere van deze bovengaande punten hebben een grote invloed op de kweek bij reptielen. Meestal hebben ze onrechtstreeks of rechtstreeks te maken met verschillen in temperatuur, lichtduur en vochtigheid.

 

Van paring tot jong.

Om van paring tot jong te gaan, komen er nog enkele belangrijke stappen tussenin. Hier zal ik zo kundig mogelijk deze stappen verduidelijken.


- Paring:
Per soort kan een paring heel verschillend zijn. Er kan pronkgedrag aan te pas komen of een balts of op het zicht helemaal niets. Onderbreek deze rituelen nooit, ook niet als ze agressief overkomen, het is eigen aan het dier.
Eens de echtelijke paring begint zal de man zijn penis (bij slangen en hagedissen hemipenissen) in de cloaca duwen van het vrouwtje. Ook hier is het afhankelijk van de soort hoelang deze paring duurt en hoe vaak. Zo zijn er die eenmaal paren en anderen kunnen tot weken lang om de zoveel dagen gaan paren.
In gevangenschap kan men zich best beperken tot een drietal paringen in een korte termijn voor een vrouw. Bij mannen die dit wensen, of de mogelijkheid hebben, kunnen meerdere paringen over meerdere vrouwen worden toegepast. Zorg hierbij wel dat de man goed op gewicht blijft en eet.
- De zwangerschap:
Eens de paring voorbij is, begint de ontwikkeling van het ei of jong. Dit wil ook zeggen dat de man verder niet meer nodig is. Indien hij zich kalm en onverschillig gedraagt en niet meer overgaat tot paringspogingen, kan hij in dezelfde huisvesting blijven. Als de man te druk blijft, kan men best de vrouw apart gaan plaatsen (bijvoorbeeld quarantaine vivarium). Soorten die sowieso elkaars gezelschap niet kunnen verdragen moeten direct na een paring uiteengehaald worden.
Tijdens de zwangerschap zal de vrouw zich vooral bezighouden met eten, zonnen en baden. Het is dus belangrijk een goede en gemakkelijk toegankelijke baskingspot te plaatsen en te zorgen voor voedzaam en Calciumrijk voedsel.
Naar het einde van de zwangerschap toe, zullen eileggende soorten ook gaan graven en onrustig zoeken naar een goede eilegplek. Zorg dan ook dat deze eilegplek tot beschikking is, liefst van bij het begin. Een te late of geen eilegplek kan legnood als gevolg krijgen met de dood erop volgend.
- De bevalling of eileg:
De bevalling of eileg kondigt zich vaak aan door zoals al gezegd zenuwachtig gedrag, graven, verdikkingen in de buik, stoppen met eten of een vervelling.
Bij een bevalling spreekt men over ovovivipaar (eilevendbarend) of vivipaar (levendbarend). De jongen komen hierbij volledig ontwikkeld in het leven. De moeder is dan geen bedreiging voor de jongen en in sommige gevallen zal ze haar jongen voor enige tijd beschermen.
Soorten die ovipaar of eileggend zijn leggen lederachtige eieren die bij sommige soorten uitharden. Deze dieren hebben dus nood aan een legplaats, deze kan bestaan uit zand, aarde en dergelijke, zolang het maar een bepaalde vochtigheid, warmte, graafbaarheid en diepte heeft. Zet bij voorkeur geen twee of meerdere zwangere vrouwen bij elkaar, deze kunnen gaan concurreren voor eilegplekken wat legnood kan veroorzaken. In het ei ontwikkelt er zich een embryo tot jong over een bepaalde incubatieperiode.
Probeer bij zowel bevallingen als eileg de dieren niet te storen. Ga hoogstens af en toe even een kijkje nemen van enige afstand. Wacht ook altijd lang genoeg vooraleer de eieren weg te nemen. Laat de vrouw eerst het nest toemaken en verlaten. Indien je de eieren vroeger uit het nest haalt, kunnen vrouwen heel zenuwachtig en zwaar gestrest raken.
Eieren kunnen in het begin wat kleine deuken hebben of ingevallen zijn. Dit is geen directe reden tot paniek. Eens ze in een optimale omgeving komen zullen ze weer komen bol te staan door onder andere vocht op te zuigen.
- Broedzorg:
Hoewel meeste reptielen geen echte broedzorg hebben, zijn er vaak wel aanwijzingen van waakzame vrouwen.
Zo heb je veel soorten die hun nest enige dagen tot weken bewaken zodat geen andere vrouwtjes of eirovers de eieren gaan openleggen of beschadigen. Let er daarbij op, bij het weghalen van de eieren dat je het nest terug dichtmaakt in de oorspronkelijke vorm. Zodat de vrouw denkt dat de eieren nog in het nest zitten.
De enkele soorten die wel aan broedzorg doen, kunnen en mogen dit ook in gevangenschap. Nog sterker, ik ben een voorstander van het moederinstinct in gevangenschap te behouden. Krokodillen en pythons zijn de bekendste reptielen met broedzorg.
- Incubatie van de eieren:
Eens de vrouw volledig klaar is met het nest, kunnen de eieren worden weggehaald om uit te broeden. Zorg ervoor dat je de eieren niet draait. Reptieleneieren hebben namelijk geen hagelsnoer zoals vogels die ervoor zorgen dat de kiemschijf bovenaan blijft liggen. Indien u de eieren wel draait zorgt dit onherroepelijk voor beschadiging en afsterven van het embryo. Het kan daarom handig zijn om vooraleer de eieren te verplaatsen, eerst de bovenkant te markeren.
Eens de eieren zijn weggehaald uit het nest moeten ze op de meest optimaal mogelijke methode worden uitgebroed. Dit gebeurt in een broedmachine. Er zijn veel verschillende soorten, zoals oude couveuses, au bain marie of een zelfbouwbroedmachine (bijvoorbeeld omgebouwde koelkast). Zorg dat deze klaarstaat en draait vooraleer de eieren er in komen.
Uiteraard worden de eieren niet gewoon in de broedmachine gelegd, ze worden in of op een substraat gelegd. Bekende en vaak gebruikte substraten zijn perliet, vermiculiet, zand, veenmos, turf, etc. Deze worden bevochtigd in mate van het nodige.
Zorg voor een constante temperatuur, deze kan verschillen per soort. Voor meeste soorten ligt deze tussen 25° en 32° Celsius. Ga zeker geen hogere temperaturen gaan toepassen om snellere uitbroeding te krijgen. Deze jongen zijn vaak veel kleiner en misvormd.
Een correcte luchtvochtigheid, meestal tussen de 70% en 100%. En een goede luchtcirculatie om schimmels tegen te gaan.
Vermijdt dat waterdruppels op de eieren vallen, hierdoor kunnen ze teveel vocht gaan opnemen. Een oplossing kan zijn om een schuin plafond te installeren zodat de druppels langs de zijkant vallen.
Eieren die aan elkaar plakken, mogen niet uit elkaar worden getrokken, leg ze gewoon in oorspronkelijke staat in de broedmachine.
Verwijder slechte en rottende eieren zodat ze geen gezonde eieren gaan besmetten. Slechte eieren die aan een goed ei hangen, kan men leegzuigen en gedeeltelijk wegsnijden. Snij in geen geval teveel weg, anders is het gezonde ei ook verloren.
Een algemeen besluit bij de incubatieperiode is dat men de eieren zoveel mogelijk met rust laat. Eens per week een check is meer dan voldoende, bij datum van uitkomen kan er dagelijks gekeken worden.
- Het uit het ei komen:
Misschien wel het meest spannende moment van allemaal. Het uitkomen van eieren kan zich uiten door enkele uren ervoor in te vallen.
De jongen scheuren of snijden een stukje van het ei open met hun eitand.
Vanaf dit moment kan de geboorte enige tijd op zich laten wachten. Het is geen uitzondering dat reptielen 24 uur tot 2 weken in het ei blijven zitten met enkel hun neus of hoofd eruit. Dit is geen reden tot paniek en ga in geen geval de jonge diertjes helpen. In deze tijd zijn de jongen nog bezig hun eidooier op te nemen.
Vanaf dit punt zullen de jongen zelf bepalen wanneer het tijd is om uit het ei te kruipen. Eens uit het ei, laat je de jongen nog één of twee dagen in de broedmachine om te wennen aan hun nieuwe omgeving.
Je zult ook te maken krijgen met eieren waar geen leven uit tevoorschijn komt op het einde van de incubatieperiode. Hiervoor zijn allerhande manieren gekend, zelf een snede maken of het ei openen om een jong op de wereld te krijgen. De vraag is dan waarom? Waarom een dier helpen, die zelf niet de kracht vindt om te leven.
Mijn mening over dit onderwerp is simpel. Dieren die zelf niet uit het ei komen, hebben hun keuze al gemaakt. Als je ze alsnog helpt, kan dit enkel problemen geven in de toekomst.
- Opfok:
Jonge reptielen zijn kopieën van de volwassen dieren, maar dan alleen kleiner. Dit wil dan ook zeggen dat hun behoeftes quasi hetzelfde zijn.
Ze hebben voeding van kleinere formaten nodig. Bepaalde soorten beginnen pas te eten na een eerste vervelling. Geef nooit meer voedsel dan ze op kunnen en geef liever wat minder op regelmatige basis dan enkele malen veel.
Grotere behoefte aan vocht. Zelfs in droge gebieden worden de meeste reptielen geboren in een vochtiger seizoen. Vele soorten drinken dan ook niet uit een schaal, maar prefereren een dagelijkse sproeibeurt met lauw water.
Daar het dieren in groei zijn hebben ze hogere nood aan bepaalde stoffen zoals Calcium. Zorg dus dat bij alle voeding voldoende supplementen worden toegevoegd.
- Het eerste legsel:
Als een vrouw voor de eerste maal een legsel heeft, zal het in de meeste gevallen bij de incubatie mislukken. Dit heeft niets temaken met de kennis of kunde van de hobbyist. Het is gewoon een feit dat het eerste legsel niet bevrucht raakt.
Uiteraard kan je nog altijd proberen de eieren uit te broeden, echter de hoop op positieve uitkomst kan je best laag houden.

 

Verantwoord kweken met reptielen.

Reptielen zijn geen productiegoederen. Het zijn dieren en deze moeten met respect en liefdevol verzorgd worden. Dit wil zeggen dat bij het kweken, in eerste instantie moet worden gedacht aan het dier en niet de opbrengst.


- Beperk het aantal legsels:
Het is niet omdat je vrouw een vier of vijftal legsels per jaar kan voortbrengen, dat het ook gezond is. Beperk daarom het aantal legsels op een jaar tot bij voorkeur één tot maximaal twee.
Dit is soms wel makkelijker gezegd dan gedaan. Meerdere reptielensoorten hebben namelijk vrouwen die het mannelijk zaad kunnen opslaan en zo tot drie en zelfs meer legsels uit één paring kunnen halen. Bij deze soorten is het dus belangrijk dat je de dieren in het voorjaar laat paren en er nadien op toekijkt dat ze later op het jaar niet terug gaan paren. Zo krijgt de vrouw een goede recuperatieperiode.
- Kweek met gezonde dieren:
Zet geen zieke of misvormde dieren in voor kweek. Te mager, te vet, te klein, wonden, infecties, misvorming, etc. Bij dit soort aandoeningen is de kans op problemen bij jongen als de kweekdieren zelf groot.
Het is dus belangrijk om de wetten van de natuur door te trekken naar de huiskamer. Alleen de sterkste krijgen het recht op paren, zo blijft het beste genetische materiaal altijd in stand.
Hoewel het velen zullen oneens zijn, vind ik ook dat te kleine volgroeide dieren, dus onder de gemiddelde grootte, niet moeten gaan kweken. Kleiner wordende dieren heeft altijd een oorzaak. Dit kan gaan van verkeerde zorg tot overmatige inteelt. Mijn advies hierin is dan ook simpel, zet die lijn van verkeerde kweek niet verder.
- Inteelt:
Bij het verantwoord kweken bij eender welk dier is inteelt een zwaar doorwegende factor. Het spijtige hieraan is dat er amper rekening wordt gehouden met de genetische waarden van reptielen en andere dieren. Dit omdat geld nogmaals belangrijker lijkt dan dierenwelzijn.
Inteelt houdt in dat binnen een soort gekweekt wordt tussen nauw aan elkaar verwante individuen (Vader, moeder, broer, zus, etc.). Vaak gebeurt dit om bepaalde eigenschappen dominant te maken. Maar bij een gewone hobbyist gebeurt het meer door onkunde, nieuwsgierigheid, hebzucht en geld.
Om als voorbeeld te geven, je hoort geregeld dat doorkweken met bepaalde soorten kan tot de 5de generatie zonder problemen te ondervinden. Dit is echter de reinste onzin en is helemaal nergens op gebaseerd.
De realiteit is dat we in de genetica of erfelijkheidsleer nog niet voldoende ver staan om te kunnen zeggen wat wel en niet kan en wat de gevolgen zijn van inteelt. Er zijn echter wel al genoeg theoretische en praktijkgerichte bewijzen dat inteelt bij levende wezens meer nadelen meebrengt dan voordelen.
Een diersoort waar de diversiteit van de genenpoel tot haast nihil is geleid door inteelt, is gedoemd om uiteindelijk uit te sterven.
Stel jezelf dus de volgende vraag vooraleer je aan inteelt begint: “Help ik een diersoort uitsterven of help ik het in zijn voortbestaan?”.
- Lijnteelt:
Het is een meer verantwoorde vorm van inteelt. Hierbij gebruikt men ook aan elkaar verwante individuen, maar niet zo nauw als bij de meer gekende inteelt (Neef, nicht, overgrootvader, achterneef, etc.).
De redenen van lijnteelt zijn quasi hetzelfde als die van inteelt, echter wordt lijnteelt meer gebruikt bij meer ervaren hobbyisten die meer verantwoordelijk willen kweken met reptielen. Daarbij wordt bij lijnteelt meer gekweekt op eigenschappen die op voorrand vastliggen. Waar bij andere inteelt vaak op goed geluk nieuwe eigenschappen worden ontdekt.
Zonder regelmatig gebruik te maken van nieuw bloed is lijnteelt even gevaarlijk te gebruiken als eender welke andere vorm van inteelt. Voeg dus zoveel mogelijk nieuw bloed toe aan de lijn zonder de te behalen eigenschap te verliezen.
De verantwoorde manier van lijnteelt zorgt er ook voor dat de te behalen eigenschappen pas na vele generaties op punt staan. Hierbij spreken we van 5 tot 50 jaar vooraleer het te bekomen resultaat is behaald.
- Wildvorm en mutaties:
Een wildvorm van een reptiel is zoals de naam het zegt, de natuurlijke vorm van het dier, dus zoals het voorkomt in de natuur. Er wordt vaak het woord wildkleur gebruikt, dit verwijst dan naar de oorspronkelijke kleur en tekening van een soort.
Het is echter niet zo dat er altijd maar één enkele wildvorm voorkomt per soort. Soorten met een groot verspreidingsgebied krijgen vaak bepaalde lokaliteitkenmerken. Dit kan gaan van een verschil in kleur, tekening en soms zelfs verschil in grootte. Hoogstwaarschijnlijk hebben deze lokaliteitvormen te maken met een aanpassing van het dier aan zijn omgeving. Bijvoorbeeld voor een betere camouflage en overlevingskans. Deze kenmerken kunnen zo groot zijn dat er beslist wordt de soort in ondersoorten te verdelen. Is dit niet het geval spreekt men van een lokaliteitvorm die vaak wordt aangeduid met de plaats achter de wetenschappelijke naam. Bijvoorbeeld Furcifer pardalis ‘Nosy Mitsio’, is een panterkameleon met een kleurlijn afkomstig van het eiland Mitsio.
Mutaties kunnen ingedeeld worden in twee belangrijke verschillen. Natuurlijke mutatie en menselijke mutatie.
Bij natuurlijke mutatie, die gebeurd in het wild, ontstaat er een langzaam proces die zorgt voor verandering in de genen van levende organismen. Ook wel evolutie genoemd en dus enkel tot stand komt als het diersoort dit nodig heeft om te overleven.
Menselijke mutaties zijn door de mens gecreëerde afwijkingen die in het leven zijn gebracht puur voor het plezier van de hobbyist, vaak zonder te denken aan de gevolgen. Deze mutaties zijn voornamelijk het resultaat van inteelt zonder natuurlijke selectie. Waardoor niet alleen de leuke eigenschappen worden overgebracht van ouder op jong, maar ook genetisch erfelijke aandoeningen. Zo worden er steeds vaker problemen opgemerkt bij reptielen waar veel mutatiekweek bij gebeurd, gaande van slecht vervellen tot gevoelig aan licht en zelfs stoornissen als ongecontroleerd koptrillen en rondjes draaien.
Meest voorkomende gekweekte eigenschappen zijn verschillen in kleuren, albinisme, tekening tot het ontbreken van schubben. Het is echter niet mogelijk om bijvoorbeeld eigenschappen die niet in de wildvorm voorkomen, te gaan muteren. Een blauwe baardagame als voorbeeld is dus niet mogelijk. Er kunnen dus enkel eigenschappen weggehaald worden om andere te laten domineren.
Er zijn echter zoveel verschillende soorten reptielen met een rijke variatie aan vorm, kleur, tekening, etc. Waarom moet er dan toch nog voor god gespeeld worden?
Jammer genoeg zal geld en vraag altijd een grote factor spelen in mutatiekweek. Mijn advies is dan ook tweemaal na te denken vooraleer je een mutatie in huis haalt of mee gaat kweken. Ik ga het niemand afraden, mensen hebben nu eenmaal de verschrikkelijke gave hun zin toch door te drijven. Echter zal ik zeker nooit iemand aanraden te beginnen met mutaties.
- Selectie:
Wil je verantwoord kweken, dan ga je selecties moeten maken bij je jongen. Zet je eisen voor verkoop en verdere kweek hoog. Perfecte bouw, lengte, gewicht, etc. Wees hierin correct, jongen waar je van twijfelt niet verkopen of verder mee kweken. Deze afgekeurde dieren kan je of zelf houden (niet mee kweken), opvoeren of euthanaseren. Dat komt voor velen als een grote schok om dit te doen, echter is het een pure nabootsing van de natuur. Daar overleven ook enkel de sterkste.

 

Maak een stamboek en administratie aan.

Een stamboom is een overzicht van familiale gegevens van een dier, dus wie de voorouders zijn. In een stamboek wordt deze lijst met gegevens weergegeven, meestal in een diagram of boomstructuur.
Deze stamboeken zijn belangrijk voor bloedlijnen bij te houden, wanneer nieuw bloed is toegevoegd, inteelt te voorkomen en erfelijke eigenschappen bij te houden. Zo kan er bepaald worden of dieren homozygoot of heterozygoot zijn voor een bepaalde eigenschap. Dit kan belangrijk zijn voor mutaties of het vermijden van erfelijke aandoeningen.
In hoeverre je een stamboek bijhoudt, ligt geheel aan jezelf. Mijn advies is om dit toch zo uitgebreid en gedetailleerd mogelijk bij te houden. Hoe meer informatie je bijhoudt, des te meer kennis je vergaart.
Een stamboek kan je samen met je overige administratie bijhouden.

 
- Overdrachtsverklaring:
Is een document met als doel de herkomst van een bepaald dier vast te leggen. Dit is nodig om zich in regel te stellen met de huidige wetgeving. Alsook is een overdrachtsverklaring nodig bij het aanvragen van CITES indien dit nodig is voor de soort. Dit document dient steeds in tweevoud opgesteld te worden, waarvan één kopie bestemd is voor de verkoper en de andere voor de koper.
Op een overdrachtsverklaring moeten de volgende zaken zeker op vermeld staan. Naam koper, naam verkoper, wetenschappelijke naam dier, nakweek/wildvang, geslacht (indien gekend), aantal dieren, handtekening koper, handtekening verkoper.
Eventuele andere zaken die kunnen vermeld worden. Adres koper/verkoper, telefoon koper/verkoper, emailadres koper/verkoper, Nederlandstalige naam dier, kenmerken dier (bijvoorbeeld wildkleur, bloedlijn, mutatievorm), geboortedatum dier, herkomst dier, invoer/CITES nummer (indien het een CITES soort is).
Zorg dus dat zowel bij aankoop als verkoop er een overdrachtsverklaring wordt opgemaakt. Indien u alsnog geen overdrachtsverklaring geeft of aanneemt kan dit later problemen geven bij controle alsook bij reptielensoorten die steeds van CITES klasse veranderen.
- CITES:
Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora.
CITES is dus een internationale organisatie die toekijkt op de bescherming van bedreigde dieren en planten.
Voor meer informatie over het hoe en wat kan u best op de officiële site kijken. www.cites.org 
- Dierenadministratie:
Houdt steeds een goede administratie bij van welke dieren je hebt en hoeveel. Dit is vooral nodig bij de meer intense hobbyist die veel dieren in bezit heeft. Houdt bijvoorbeeld bij welke dieren in welke vivaria zitten. Bij een controle kan je dan gemakkelijk de nodige papieren tonen aan de bevoegdheden.
- Nakweekadministratie:
Het is belangrijk om een administratie bij te houden van nakweek. Dit kan gaan van eieren in een broedkast met de datum van leg en de uitgerekende datum van uitkomst. Tot het bijhouden van jongen, waarbij de datum van uitkomst belangrijk is alsook of de jongen zelf worden gehouden of dienen voor verkoop.

 

Zie ook het vervolg: "Deel V: HanterenDeel V: Hanteren"