Viva-Cura

Tropische hagedissen in een overdekte achtertuin

Bron: 'Onder het Palmblad'

Auteur: Peter Mudde

Ik verwachtte een kas van rond de dertig vierkante meter bodemoppervlak. Eenmaal bij het adres aangekomen had ik zo mijn twijfels. Een klein laag vissershuisje in een rij, waarachter ik niets van glas kon ontwaren. Ben ik hier wel aan het goede adres?

Eenmaal binnen onthaalt Jan Paul Groen me, om de spanning er in te houden, eerst op koffie. Een tamelijk groot binnenterrarium, biedt al de eerste gespreksstof en dan word ik eerst een verbouwde en aangepaste kamer binnengeleidt, waar een viertal grote groene leguanen en nog wat kleinere hagedissen me welwillend toe knipogen als ik langs loop. Het is daar nogal warm en nog vrij donker. Jan Paul vertelt dat hij plannen heeft om hier ook een lichtdoorlatend dak op te maken.

Dan stappen we de ‘echte’ kas binnen. De hoge luchtvochtigheid en de warmte slaan me tegemoet. Terwijl ik daaraan wen, vraag ik me af hoe het komt, dat ik deze ruimte van buitenaf niet gezien heb. De kas is echt heel ruim. Het komt er op neer dat de halve achtertuin overdekt is met een UV doorlatende stegdoppelplaat.

De kas is dichtbegroeid met een min of meer betegeld pad en een bamboe bruggetje naar een stoel, van waaruit een groot deel van de kas te overzien is. Achter in de kas is een voederplaats en een ruimte voor voorzieningen, opkweekbakjes voor jonge dieren en zo meer. Op het pad en tussen de planten hangen her en der wat grote hagedissen rond die me geïnteresseerd aankijken. Ze zijn weinig onder de indruk als ik dichterbij kom. Jan Paul lijkt de meeste exemplaren ook zonder problemen te mogen aanraken of optillen en dieren die bij benadering wel een meter afstand houden betitelt hij als schuw of schichtig.

Ik moet daar echt aan wennen. Een paar keer denk ik bijna op een staart te trappen. En dat bij hagedissen waarvan ik gewend ben dat ze zich met een snelle spurt in de verste hoek verstoppen…

De kas werd aanvankelijk, uit nood, verwarmd door gaskachels, maar is nu aangesloten op een CV. In de winter houdt Jan Paul de nachttemperatuur op tenminste 18 graden. Overdag wordt het snel wat warmer en op zonnige dagen loopt de temperatuur ook dan naar de dertig graden toe. Op zomerse dagen wordt de temperatuur nog hoger en met de hoge luchtvochtigheid samen maakt dat de omstandigheden voor mensen weinig aangenaam. Veel meer dan rustig rondkijken kun je er in de zomer maar beter niet doen. In de winter daarentegen een ideale gelegenheid om lekker op te warmen.

Het sproeien gaat nog niet helemaal naar wens. Door de kas loopt een sproeileiding van PVC met sproeikoppen en gaten. Die is echter nog aangesloten op de waterleiding, wat natuurlijk niet het meest ideale water is. “ Ik wil een groot voorraadvat voor regenwater gaan maken en dan verder met regenwater gaan sproeien. Dat is uiteindelijk beter voor de planten.” Kalkvlekken op de bladeren zie ik echter niet. Daarvoor wordt er te vaak gesproeid denk ik.

In een kamerterrarium staat een handige vinding van Jan Paul. Een pvc-pijp in een waterbak, Onder de pvc-pijp staat een pomp met een opvoerhoogte van 1,50 meter. De pijp is net iets lager, zodat er doorlopend een stroompje water langs de pijp loopt. Dat is de ‘drinkbak’ voor de kameleons en agamen in dat terrarium, tevens wordt de luchtvochtigheid door dit systeem hoog gehouden. Een volgende fase van dit idee is in aanbouw: een pvc-pijp, ingemetseld in een stuk kunstmatige rots. Dat wordt dan een bijna anderhalve meter hoge zuil in het terrarium, met watergootjes. Jan Paul houdt wel van wat kunstmatige interieurstukken in zijn terraria. Ook in de kas heeft hij betonnen bomen en dergelijke gemaakt, die er  nu ze eenmaal goed begroeid en bealgd zijn, bedrieglijk echt uit zien. Overigens probeert Jan Paul verder zo veel mogelijk natuurlijke materialen te gebruiken. Geen plastic planten, maar levende. In een dergelijke omgeving groeien die snel genoeg om beschadigingen door de grote hagedissen te overleven. Eigenlijk is er van enige hagedissenschade weinig te zien.

De planten winnen steeds meer de belangstelling van Jan Paul. Sommige zijn ondanks dat ze nog maar relatief kort in de kas staan al behoorlijk groot. Een paar versgeplante Tetrastigma’s slaan al heel goed aan en laten witbehaarde groeipunten zien. Een vissenstaartpalm (Caryota) maakt al behoorlijk grote bladeren en enkele al duidelijk gevestigde planten zoals een Passiflora en Ficus benjamini maken de kas echt groen. De trots van Jan Paul is een grote Dracaena-achtige struik. “Die moest eigenlijk een paar honderd euro opbrengen, maar omdat hij niet verkocht werd en het slecht ging doen kon ik hem voor een redelijk bedrag kopen. Hij groeit nu weer prima, zoals je ziet.” Achter de plant, half verscholen onder de takken staat een grote cementkuip op een plateau. Her en der in de kas staan er van dergelijke kuipen. Dat zijn de legbakken: ,,In de grond is het op sommige plaatsen te koud voor de eieren. In de legbakken houd ik het oppervlak ook vochtig en kaal, zodat ik meteen kan zien of er in gegraven is. Als dat zo is, haal ik de zojuist gelegde eieren er meteen uit, om ze in een broedstoof te leggen.”

In de kas leeft een op het eerste gezicht bont gezelschap van hagedissen, schildpadden, vissen en kikkers. De blikvangers zijn de Zeilhagedissen (Hydrosaurus waarschijnlijk H. amboinensis ), twee soorten wateragamen en de Basilisken. Hydrosaurus is een nog weinig begrepen geslacht. Er zijn drie soorten beschreven, maar wat nu de kenmerken van elke soort zijn, is onduidelijk. “Het is heel goed mogelijk dat ik hier hybriden kweek”zegt Groen. “Dat is dan jammer, maar aan de andere kant, terug naar de natuur gaan deze dieren of hun nakomelingen echt niet meer. Dat is een illusie.” De ouderdieren zijn wildvangdieren, waarvan de jonge man nog niet helemaal uitgegroeid is. Dit zijn de grootste dieren uit de kas en dat laten ze merken ook. Zo slentert een dik vrouwtje onder onze ogen naar een legbak om daar vast eens wat rond te neuzen. Even is het spannend, maar ze kruipt er ook weer weg. Later hoor ik van Jan Paul dat het dier die zelfde avond nog een legsel van 6 eieren heeft geproduceerd.

Een andere opvallend aanwezige hagedissensoort is Lesuer’s wateragame: Jan Paul: ,,Ik hoor vaak dat ze een goede winterrust moeten hebben omdat anders de eieren niet goed zouden zijn. Bij mij is de afkoeling niet zo groot, maar ik mag niet klagen over de eieren. Mijn volwassen dieren zien er wat apart uit. Dat is voor een deel algenaanslag. Ze liggen bij mij heel graag in het water, ook weer anders dan ik van anderen hoor. “Deze soorten leven meer op het bodemoppervlak in tegenstelling tot de Groene wateragaam.”

Een paar vuurskinken (Riopa fernandi) heeft zijn toevlucht gezocht in een hoek van de kas en van daar uit een hol gegraven dat tot onder de fundering van het huis door loopt. “Ik vond daar telkens weer een hol. Stopte ik het dicht, dan was het binnen de kortste keren weer open gemaakt. Ik vroeg me al die tijd af waar dat hol toch vandaan kwam, maar op een dag zag ik er de twee kopjes van de vuurskinken uitsteken. Hoewel deze dieren toch een zekere behoefte aan warmte hebben, zitten ze daar onder het huis kennelijk naar hun zin. Ik zie ze regelmatig, maar soms ook tijden niet. Maar ze hebben het er kennelijk naar hun zin. Laatst kwam ik de kas binnen en zaten er een drietal jonge vuurskinken op de drempel.”
Een Blauwtongskink (Tiliqua gigas evanescens) maakt er een gewoonte van zich in de opslagruimte in een bak tussen wat losse spullen te verstoppen. Dat maakt het zoeken naar voorwerpen daartussen wel spannend. Deze grote skinken kunnen behoorlijk hard bijten.

Er staat in de kas een los terrarium met veel planten en een groot waterdeel op de bodem. Daarin leven wat Australische gouden boomkikkers (Litoria aurea) die vanuit die bak ook de kas bevolken en zich daar voortplanten: “Ik ben er met zes begonnen, maar ik heb er nu zeker twintig, ondanks dat ik toch regelmatig ook kikkers zie verdwijnen in de bek van een zeilagaam.”
Overigens eten de grote hagedissen sprinkhanen, krekels, dola’s, Dendrobaea-wormen en veel slakken. ,,Naakte en met huisjes. Als het geregend heeft, ga ik slakken zoeken. En anders zitten deze aan de rand van de groenbakken.

Regenwormen uit de natuur voer ik niet. Ik heb dat vroeger wel gedaan, maar de gevolgen zijn soms heel vervelend. Regenwormen verzamelen nu eenmaal allerlei afval uit hun omgeving en als er in de buurt een met gif gesproeid is, vind je dat in die wormen terug. Die Dendrobeaea’s zijn zo goedkoop, dat je het daarvoor echt niet hoeft te doen.”

In de kas lopen en zwemmen ook schildpadden rond: een paar Rhinoclemmys pulcherrima, Chinemys reevesi, Kinosternon scorpioides en K. minor, en enkele Terrapene triunguis. De schildpadden planten zich in de kas soms spontaan voort.Terwijl we van een bruggetje naar het moerasje eronder kijken plukt JP een piepklein modderschildpadje van de oever. “Kijk.. die zag ik hier laatst voor het eerst. Geen idee waar de moeder haar eieren heeft gelegd, maar het is wel uitgekomen..”
“Dat is toch een van de leuke dingen aan zo een kas, dat je er toch steeds wel wat onverwachts in kunt tegenkomen. Oh ja.. soms zie je bepaalde dieren weken niet..” De schildpadden lijken zich vooral in en bij een wat minder diep deel van de waterloop op te houden. In het diepere deel zwemmen allerlei formaten vissen rond. Goudvissen en een enkele Koi-karpers vallen het meest op, maar als we in het water kijken zien we ook af en toe een halve meter lange Afrikaanse meerval voorbij schuiven.

“Ik ben opgegroeid in Florida en Jamaica, met altijd grote hagedissen in de tuin. Daar was ik al zo lang ik weet helemaal weg van. Sommige leven nog steeds daar in die tuin, waar nu mijn broer woont. Ik heb moeilijke tijden meegemaakt in mijn leven en je kunt gerust zeggen, dat ik daar door deze hobby overheen gekomen ben.

Ik wil me meer gaan toeleggen op het kweken van deze grote hagedissen. Het gaat voorlopig prima, het afgelopen jaar had ik zo’n vierhonderd jonge hagedissen. Het is alleen jammer dat er ook van bijvoorbeeld groene wateragamen nog zo veel dieren geïmporteerd worden tegen een spotprijsje. Dat betekent dat ik voor mijn nakweekjes ook maar een spotprijsje kan vragen. Misschien levert het me meer op als ik op een beurs ga staan, maar een beurs vind ik erg deprimerend. Om die reden zit ik liever hier tussen mijn dieren..”

Top